Verlangen naar … ?
Wat kunnen we verlangen naar de lente. Naar warmte, naar nieuw leven, naar … ja … naar wat eigenlijk? Dit reikhalzende verlangen staat vandaag centraal. Met een smeekbede van Purcell (Hear my prayer, O Lord). En met de bekende Psalm 42, op muziek van Walford Davies (Like the hart desireth the waterbrooks) en van Felix Mendelssohn (Wie der Hirsch schreit).
Verlangen, reikhalzen, hunkeren – het is vaak gericht op iets of iemand. Daarvan zingen we samen met u in de samenzang: Dear Lord, and Father of mankind en Gij die alle sterren houdt gevangen in uw hand. Want tot wie kunnen we ons verlangen beter richten?
De Evensong begint om 17.00 uur. Vanaf 16.30 uur zijn de deuren open en staat er een kopje koffie of thee klaar. Na afloop praten we, onder het genot van een drankje, graag nog even met u door (uw vrijwillige financiële bijdrage bij het uitschenken maakt koffie, thee en drankjes mogelijk).
Gastdirigent vandaag is Dorien Schouten. Dorien is cantor-organist van de
Tuindorpkerk in Utrecht en dirigent van verschillende koren, waaronder het Brabants Kamerkoor. Daarnaast voert ze graag barokmuziek uit, bij voorkeur op historische instrumenten of als continuospeler. Jan Hage bespeelt het orgel.
Zondag 23 februari 17.00 uur, Nicolaikerk, Utrecht
Hieronder leest u een uitgebreide inleiding op het programma.
Verlangen naar God
Het licht neemt toe, de dagen lengen. Wat kunnen we verlangen naar warmte, naar lente. Uitzien naar het licht. Reiken naar iets wat boven ons uitstijgt, wat we niet kunnen (be-)grijpen. Sommigen – of velen – noemen dit God.
Het thema van deze Evensong is gebaseerd op de psalmen 42 en 43 en de anthem, waarin het verlangen naar God onder woorden wordt gebracht en in de muziek invoelbaar wordt vertolkt.
We beginnen deze Evensong met het koorgebed van Henry Purcell (1659 – 1695 ): Hear my prayer , O Lord. Het is het eerste vers van Psalm 102: Heer, hoor mijn gebed, laat mijn hulpgeroep tot U komen. Getoonzet in C mineur, wat het stuk een smekend karakter geeft.
Purcell schreef het na zijn aanstelling als koorleider en organist van Westminster Abbey in Londen, waar hij zijn leven lang overigens vlakbij in de buurt woonde. Afkomstig uit een muzikale familie studeerde hij onder meer bij John Blow, die zijn voorganger was en zijn plek in de Abbey vrijwillig opgaf om ruimte te geven aan zijn begaafde leerling. Het stuk wordt gedateerd rondom 1682, het jaar waarin Purcell trouwde met Frances, maar ook het jaar waarin zijn eerstgeboren zoon als baby overlijdt. Wellicht heeft dit de klagende toon beïnvloed, maar dat is slechts speculatie.
De intochtshymne is in het huidige liedboek van de protestantse kerken opgenomen als ‘O Heer, die onze Vader zijt‘ op de melodie van Hubert Parry (1848-1918) die wij ook zingen. De tekst is van John Greenleaf Whittier (1807-1892), een quaker en dichter uit de Verenigde Staten. Een van de oprichters van de Republikeinse partij en een gedreven actievoerder voor humanitaire zaken, met name de afschaffing van de slavernij.
Psalm 42 en 43 zingen we op verschillende chants van Henry Walford Davies (1869 – 1941). In de eerste wereldoorlog was hij actief als componist in een comité dat muziek voor de troepen in Frankrijk verzorgde. Van 1927 tot 1932 was hij organist en directeur van St. George’s Chapel in Windsor Castle, waar hij als jongen in het koor gezongen had.
Ook was hij een bekende radiomaker en muzikaal adviseur voor de BBC. Hij maakte klassieke muziek via zijn programma’s toegankelijk voor de gemiddelde luisteraar, die wellicht geen geld had om naar concerten te gaan.
De Lofzang van Maria en de Lofzang van Simeon hebben een vaste plaats in de Engelse Evensong. We zingen ze deze maand getoonzet door Alfred Herbert Brewer (1865 – 1928 ), organist in Gloucester Cathedral waar hij eveneens als jongen in het koor gezongen had. Hij zette zich meer dan 30 jaar in voor het Driekorenfestival en werkte daar samen met veel bekende componisten aan de verhoging van het niveau van de kerkmuziek.
De anthem is gebaseerd op het eerste vers van Psalm 42: Zoals een hert smacht naar stromend water, zo smacht mijn ziel naar U, o God.
Op muziek gezet door Felix Mendelssohn ( 1809 – 1847 ), mogelijk tijdens zijn huwelijksreis met Cecile Jeanrenaud in 1837. Hij was er zelf uitermate tevreden over, beschouwde het als zijn beste kerkelijke compositie. Ook Robert Schumann is lovend en noemt het een hoogtepunt in de kerkmuziek van die dagen.
Ellis Dijkstra